Transsiberië Express
Naar Beijing
23 mei 2004
Omstreeks 13.00 vertrekken we naar Schiphol. Een zondag, geen files op de A2 en dus een vroege aankomst.
Het verblijf in de Boeing 767 valt reuze mee, de catering is goed en
het slaapmutsje heeft meer invloed dan de vertoonde film. Er worden
redelijk wat uurtjes slapend doorgebracht en op de vastgestelde tijd
(08.15) landen we op Beijing International Airport. Met de ingevulde
reisdocumenten en het visum zijn we vlot door de douane waar we
allerhartelijkst worden verwelkomd door Vicky Li. Voor Chinese
begrippen spreekt ze prima Engels en via de nieuwe autosnelweg van 20
kilometer rijden we in een aircobusje naar het centrum. Onderweg
informeert ze ons uitgebreid over de hoofdstad van China met ruim
dertien miljoen inwoners, zeventigduizend taxi’s, meer dan honderd
universiteiten en toekomstige ambities die – via één democratische
partij – door alle inwoners daadwerkelijk worden gesteund.
Wat een verschil met het laatste bezoek in 1993: eindeloze grauwe woonbunkers, fietsers zover je oog kon reiken, met dozijnen naast elkaar rijdend, bepakt met alles wat maar denkbaar is en slechts sporadisch gestoord door een auto, de seksen bijna niet te onderscheiden door het uniforme blauwe pakje en op geen enkel gezicht een schijn van vreugde te ontdekken. En Beijing nu: één grote bouwput met zoveel hijskranen dat een vergelijking met een aspergeveld voorhanden ligt, een rijke variatie aan moderne gebouwen, wolkenkrabbers, rijen auto’s naast elkaar op brede wegen met op de ventweg nog een enkele fietser, een modieus beeld van mensen die levenslust uitstralen. “En” aldus Vicky, “ kom eens kijken in 2008 bij de Olympische Spelen, en je zult versteld staan van de meest moderne stad ter wereld”.
Inmiddels aangekomen bij Hotel New Beiwei (Rainbow Hotel) waar Vickey de check-in voor ons verzorgt en nog wat extra tips geeft voor de geplande highlights die we die dag gaan bekijken. Naar de kamers voor een anti jetlagbeurt en even later gaan we te voet naar de vlakbij gelegen Temple of Heaven. Nou ja, vlakbij: op de kaart is het maar een stukje. De wandeling betekent toch een aanslag op onze fysieke gesteldheid door temperatuur en tijdsverschil en eenmaal aangekomen bij de ‘hemelse tempel’ maken we graag gebruik van een toeristentreintje om een gedeelte van het uitgebreide park zittend met een flesje water (zowat elke Chinees in Beijing loopt met een flesje water) te bekijken. Het treintje gaat de trappen naar de diverse tempels niet op, wij wel, en het waterverbruik stijgt. Een rijke en uitgebreide symboliek met riante paleizen, altaren, marmer en riante rozenperken.
De ervaring van de schaalgrootte van de plattegrond van Beijing ligt nog vers in ons geheugen en we besluiten de onderhandelingen in te zetten met een Chinees die taxivervoer aanbiedt. Voor onze begrippen is 50 Yuan ( Yuan 1.- is ongeveer € 0,10) voor een rit van ruim 20 minuten niet te veel! Nog diezelfde dag ervaren we dat deze rit met een officiële taxi ook voor 16 Yuan gemaakt kan worden en we hebben ons eerste Chinese lesje economie dus gehad.
Tijdens een lichte lunch raken we in gesprek met een inwoner die constateert dat we uit Denemarken of Nederland komen. Hij is diverse keren in ons land geweest, noemt plaatsen als Vught en Haarlem, vertelt dat hij leraar kalligrafie is en inviteert ons te komen kijken naar de expositie die vlakbij wordt gehouden. Regelmatig informeert hij naar onze burgerlijke status, het aantal kinderen dat we hebben en enigszins vaag attendeert hij op adoptie van Chinese babi’s. Gedurende ons verblijf in Beijing worden we nog diverse keren op dezelfde wijze benaderd: elke contactpersoon is in Nederland geweest, noemt een aantal plaatsnamen of leden van het Huis van Oranje, is leraar, kunstschilder of historicus en wil onder het mom van een culturele afspraak onze interesse peilen voor een alternatief ouderschap. Van onze gids Vicky Li hadden we al vernomen dat er nog steeds sprake is van 1 kind per gezin, dat ongelukjes worden geaborteerd of – vooral bij de geboorte van meisjes - afgestaan en dat de consequentie van kinderen krijgen vóór het huwelijk een verbanning uit de familie, vriendenkring en werk inhoudt. Een groot aanbod daarom van adoptiekinderen en het advies van onze gids om toch vooral de legale weg te bewandelen bij mogelijke interesse.
Dat op de markt een Yuan ook in China meer waard is blijkt al vlug. Alle voorkomende Europese en Amerikaanse merken worden hier aangeboden voor vaak minder dan 10% van de gangbare prijzen. Niet echt natuurlijk, maar niet of nauwelijks te onderscheiden. Drie Ralph Lauren polo’s voor € 10,--, leren PUMA-schoenen voor € 18,-- “Hé, you beautifull lady” roept de verkoopster enthousiast, en als er geen wisselgeld is wordt er per dollar een paar Boss-sokken toegegeven. Het absolute hoogtepunt in deze parallelhandel ervaren we bij het aanbod van Rolexhorloges: $ 13,-- voor een setje van twee stuks (dames en heren) en bij de betaling wordt spontaan $ 5,-- nog eens uit onze handen gegrist voor een 2e setje. En ze tikken nog steeds!
De shopping mall die we daarna bezoeken was in flagrante tegenstelling met de markt. Supermodern, groot en een aanbod op het gebied van mode, cosmetica, elektronica, sport en high-tech dat zijn weerga niet kent. Brede winkelstraten in deze area met een aanbod dat duidelijk maakt dat er niet alleen in de politieke situatie, maar zeker op economisch gebied een kentering gaande is die China zeker tot een nieuwe wereldmacht positioneert.
Ideaal, een restaurant tegenover ons hotel. Met de gedachte van een hap, een slok en bijtijds naar bed beklijken we de kaart. Zinloos, Chinese tekens zonder ondertiteling. In koelvitrines worden echter alle maaltijden visueel gepresenteerd en dat ziet er allemaal erg aantrekkelijk uit. Besloten wordt tot een centraal menu van in eerste instantie een 4-tal gerechten, die met kleine tussenpozen worden geserveerd en met stokjes moeten worden geconsumeerd. Er is natuurlijk Chinese thee. Oefenen met de stokjes, genieten van de gerechten, heerlijk glas rood en geanimeerde gesprekken, vooral over de achterblijvers in Nederland! Jetlag is verdwenen, alsmede alle goed bedoelde plannen om bijtijds de koffer in te duiken. De fragiele Chinese serveersters brengen met plezier en met regelmaat een nieuwe fles, de vitrines worden opnieuw bezocht en het oorspronkelijke 4-gangen menu wordt ongemerkt uitgebreid tot een culinair Aziatisch gebeuren dat 7 uur duurt.
Mobiel contact met de achterban resulteert in vergenoegd meeleven van de aandeelhouders van KPN en T-Mobile.
25 mei 2004
Een
redelijke nacht, vast geslapen (!) en per taxi naar het centrum om ook
de 2e dag in Beijing goed te besteden. Vooral de zaken met ‘gadgets’
vinden gretig aftrek en het verkopend personeel doet zijn uiterste best
hete massagezakjes, vibrerende haarborstels, zwevende tolletjes,
sealmechaniekjes en zelfkloppende hamers via ons naar Europa te
exporteren, waar ze aardig in slagen. Lopend zie je meer dan in een
taxi en binnendoor via het Beijing Hotel en het International Beijing
worden we geconfronteerd met een historische pracht en schitterende
oosterse binnentuinen. Een nieuw aangelegd park, midden in het centrum,
met een exotische flora en fauna, bruggetjes, wandelpaden en
theehuisjes, brengt ons tot bij het Tiananmenplein, het ‘hart van
Peking’ waar in 1949 de Volksrepubliek China door Mao Tse-Tung werd
uitgeroepen. Op het 44 ha grote plein kunnen 1 miljoen mensen terecht,
die er ook waren tijdens de studentenbeweging in 1989. Deze werd met
grof geweld neergeslagen door soldaten, waarvan het troepentransport
via een ondergronds verkeersnet werd gerealiseerd en vanuit de Hal van
het Volk omsingelde het leger dit plein van de ‘Hemelse vreugde”.
Tegenwoordig worden er parades gehouden, demonstraties, fotosessies en
wordt de nationale hobby ‘vliegeren’ er beoefend, terwijl er een
levendige handel floreert in de ‘rode boekjes’ van Pa Mao en literatuur
van Chinese wijsgeren.
In
verband met het avondprogramma gaan we – wegens enorm succes
geprolongeerd – naar hetzelfde restaurant voor een sober etentje: een
3-tal gerechten met de vertrouwde rode wijn, met de toezegging dat we
later voor een souper terug komen en daarvoor alvast verse (nog rond
zwemmende) vis en lobster reserveren. Met Vickey Li en chauffeur gaan
we naar het
Beijing Chao Yang Theater voor de unieke voorstelling
van ‘Acrobatics World’. Een wervelend programma, gebaseerd op
lichaamsbeheersing, behendigheid en reactie. Slangenmeisjes, jojo’ende
jongleurs, wervelende serviezen op bamboestokjes, 12 ‘stukjes’ op één
fiets, op hol geslagen draken en acrobatische hoogstandjes passeren in
perfectie, in een hoog tempo en zichtbaar met veel plezier. Het
voornemen om wat meer aandacht aan weerbarstige knoken te besteden
raakt al vlug op de achtergrond als even later het bestelde zeebanket
wordt uitgeserveerd. Smak-smak, en een sobere ’proost’ als preventiefje
voor een houten kop in een bonkende trein.
DE TREIN IN CHINA
26 mei 2004
| stops: | Beijing (start) | 7865 km van Moskou |
| Nankou | 7800 | |
| Juongguan | 7790 | |
| Qinglongqiao | 7783 | |
| Kangzhuang | 7772 | |
| Zhangjiakou | 7661 | |
| Datong | 7483 | |
| Erlian | 7023 douane China/Mongolië |
Al
voor zessen rinkelt de wekker, want de transfer naar de trein is om
06.40 geprogrammeerd. Vickey Li is er niet alleen voor de leuke
ontmoetingen, maar ook op dit tijdstip begroet ze ons al weer lachend
en ze neemt pas afscheid als we op het station dusdanig staan
geposteerd dat het missen van onze trein onmogelijk is. De ‘3’ vertrekt
precies om 07.40 en via de ‘conductor’(Chinese vertaling voor het
Russische ‘provodnik’) komen we in rijtuig 5, coupé 2, couchettes 5 t/m
8 terecht. Onwennig in het begin, de bagage ligt in de weg, ieder valt
over elkaar als er een verplaatsing nodig is en de logistiek wordt pas
beheersbaar als we de couchettes gaan bevolken.
Er is zowaar ruimte, een uitklaptafeltje, een wing voor frisse lucht,
een knop voor ‘distributieradio’ en een thermoskan waarin bij de op
kolen gestookte Samowar in het rijtuig continue heet water kan worden
gehaald. Aanvankelijk krijgen we al een comfortabel gevoel over deze
manier van reizen, totdat het zoeken naar een douche negatief wordt
bevestigd en er 1 toilet (met wasbakje) voor 36 reizigers wordt
gesignaleerd! Een duidelijke beperking inzake de sanitaire
voorzieningen, enige verhoging van het avontuurlijke gehalte.
Beijing ligt inmiddels achter ons en het Chinese landschap is aantrekkelijk: groen, vruchtbaar, heuvelachtig, mooie panorama’s en bij Badeling is zelfs een stukje van de befaamde ‘muur’ te zien. De snelheid van de trein loopt op flinke hellingen sterk terug, en omdat we in een van de voorste rijtuigen zitten kunnen we in bochten de lange sliert zien van de “3” die voorlopig zo’n kleine 8000 kilometer zal volgen.
De culinaire mogelijkheden worden getest, thee en koffie worden gezet en de eerste zakjes van een voorraad ‘cup a soep’ voor een vakantie van 6 weken, worden probleemloos aangelengd met warm water. Het vooruitzicht van behelpen is hiermede bezworen en onder het mom van ‘even de benen strekken’ worden nieuwsgierige blijken in de andere coupés geworpen. Veel Chinezen, Mongolen en enkele Australiërs. Als de Chinezen niet eten slapen ze, als ze eten kruipen ze met zoveel mogelijk mensen in één coupé en wordt er luidruchtig geslurpt, gekwekt en gelachen. De Chinese provodniks lopen regelmatig het rijtuig door, maken ramen dicht die net geopend zijn, kletsen emmers water door de toiletruimte, zijn voor het grootste gedeelte van de dag bezig met het voorbereiden van hun avondmaaltijd en evenaren verder hun landgenoten in de horizontale positie. Enige activiteit ontstaat als er Yuans zichtbaar worden (mobieltje opladen) en pogingen worden gedaan om de waarde van een Euro uit te leggen. Ondanks de ruime internationale ervaring is de Engelse taal een taboe.
Een bezoek aan de restauratie voor de lunch blijkt een hele onderneming. Per rijtuig moeten 4 deuren worden geopend en gesloten om aldus na 48 deuren de gewenste locatie te bereiken. De Chinese uitvoering van dit restaurant op wielen ziet er gezellig uit en is overvol, omdat alle reizigers een voucher voor lunch en diner bij het ticket kregen uitgereikt. Er is een eenheidshap die doet denken aan de ondefinieerbare portie die vroeger in de militaire kantines werd verstrekt. Het is warm, reuk- en smaakloos en de halve liter koel (extra om vragen!) bier heeft een nuttige en dankbare functie als spoelmiddel. Terug naar onze coupé met opnieuw een voettocht die vergelijkingen met de cakewalk oproept, via 12 rijtuigen x 4 deuren! De cadans van een trein, een volle maag, gebrek aan nachtrust en het Chinese voorbeeld zorgen al snel voor volledige rust in coupé nr. 5.
Lezen, koffie, kijken, kletsen, dineren en toch maar eens de Buy & Fly flessen ontkurken. Glaasje rood en een goeie malt zijn verantwoorde ingrediënten voor een goed gesprek en zeker voor een potje scrabble.
Omstreeks 20.39 nadert de trein Erlian, de laatste Chinese stop, en we zien op het perron een leger van ongeveer 75 douaniers in het gelid staan. Als de trein stil staat wordt deze over de volle lengte besprongen door de beambten en krijgen we per persoon een 8-tal formulieren aangereikt: gezondheid, paspoortinfo, valuta en aangifte goederen, zowel voor China als Mongolië. Invullen en wachten, terwijl op het perron de indruk wordt gewekt van een verkeersplein op het piekuur, met door elkaar marcherende soldaatjes. Na ongeveer 1 uur wachten komt een 3-tal douaniers terug, controleert, kijkt gewichtig en na instemmend geknik in triplo volgt het belangrijkste: stempels! Hét moment waarop macht, aanzien, invloed en wellust zich uiten in een gelijkmatige beweging van een knallend overheidsapparaat dat de inkt stijlvol in een paspoort priemt met de coupéwand als ondergrond. De genoegdoening druipt van de uitvoerder die onze paperassen daarna minzaam teruggeeft.
Dat hebben we dus gehad. Er gebeurt echter niets, althans zo lijkt het. Op een gegeven moment hebben we toch een totaal andere kijk op het perron en dan blijkt dat we ongeveer 2 meter boven de rails vertoeven! Het Chinese spoor is 1435 mm breed, terwijl het Mongoolse en Russische 1524 mm meet. Een verschil van slechts 11 mm, maar toch teveel om de resterende 7000 kilometer comfortabel af te leggen. Grote hydraulische liften worden op de hoeken van elk rijtuig geplaatst, tillen de wagons van het onderstel dat wordt weggereden en vervangen door een smaller onderstel. Ook wordt er hier een Mongoolse restauratie aan de trein gekoppeld. Een behoorlijk karwei om de hele trein aan te passen, maar er wordt in rust en routine gewerkt en zo’n klus bekijken is op zich al interessant.
De trein zet zich langzaam in beweging en stopt opnieuw na 5 minuten. Nu zijn we in Dzamynude in Mongolië en het customs-spektakel herhaalt zich. De Mongoolse autoriteiten dragen allen monddoekjes en terwijl we de al ingevulde formulieren overhandigen penetreert een 4e vrouwelijke beambte onze coupé met een soort ‘laser-gun’ die ze op onze voorhoofden richt en vervolgens de trekker overhaalt. Een echte knal blijft uit, een verwonding ook. Het blijkt een agressieve thermometer die checkt of we koorts hebben als controle op mogelijke SARS-dragers. Uiteindelijk omstreeks 01.30 zet de trein zich in beweging en duiken wij de krib in.
DE TREIN IN MONGOLIË
27 mei 2004.
| stops: | 01.20 | Dzamynude | 7018 km van Moskou |
| 04.50 | Sain-shanda | 6776 | |
| 08.45 | Choyr | 6549 | |
| 13.15 | Ulan-Bator | 6304 | |
| 16.44 | Zonhala | 6147 | |
| 19.10 | Darhan | 6018 | |
| 20.50 | Suhe-Bator | 5925 douane Mongolië | |
| 22.53 | Naushki | 5902 douane Rusland |
Enkele stops zijn ongemerkt aan ons voorbij gegaan. Een beetje aanvullende nachtrust bleek nodig nadat de eerste 4 nachten om diverse redenen aan de korte kant waren geweest. Er is al een ritme ontstaan van wakker worden, ruimen, wassen en ontbijten. Met enige improvisatie blijkt scheren en haren wassen toch mogelijk en dat geeft absoluut een frisser gevoel. Timing voor de sanitaire hoek blijft belangrijk omdat bij stops de deur vergrendeld wordt en op de perrons geen alternatieven beschikbaar zijn.
We rijden al geruime tijd door de Gobi-Woestijn, van grote waarde voor de flora en fauna van Centraal-Azië. Przewalski-paarden komen hier voor, sneeuwluipaarden, honderden plant- en vogelsoorten en enkele beschermde natuurreservaten. Vanuit de trein zijn alleen grauwe vlakten zichtbaar met wat struiken en wat gras, een natuurbeeld dat vlug verveelt.
In de omringende coupés wordt inmiddels flink gepakt en bij de belangrijkste stop deze dag in de hoofdstad van Mongolië – Ulan-Bator – blijkt dat meer dan de helft van onze medereizigers de trein verlaat en er nauwelijks nieuwe instappen. In allereerste instantie betekent dat een afname van het toiletgebruik met ruim 50% (17 personen in plaats van 36), meer rust en een provodnik die ons beleefd komt vragen of wij willen verkassen naar coupé nummer 7, zodat hij de onze voor alleengebruik heeft naast zijn collega die in de 1e coupé verblijft. De verhuizing is binnen een half uur geregeld en met de ervaring van anderhalve reisdag volgt een indeling die zeker praktischer is. Op het perron van Ulan-Bator heerst een drukte van jewelste, we zien er veel Mongolese bewoners in kleurrijke outfit, veel handkarretjes met eet- en drinkbare handel en in deze koudste stad ter wereld heerst nu een aangename temperatuur, (verschillen van bijna 90°, - 49 in de winter tot + 40 in de zomer).
Na deze stop volgt een
bezoek aan de nieuwe restauratie in een typisch Mongolese inrichting,
vieze plastic tafelkleedjes, een kaart met enkele keuzemogelijkheden,
koel bier, goede rode wijn en nauwelijks gasten. Het eten smaakt
redelijk, het middagdutje volgt, meegenomen lectuur krijgt volop
aandacht en bij het diner in het begin van de avond besluiten we de
aanwezige voorraad rode wijn in de restauratie op te kopen: lekker en
niet duur! Al keuvelend worden we die avond opnieuw verrast door eerst
de Mongolese douane, die enkele formulieren inneemt, gevolgd omstreeks
23.00 uur door de Russische robotten die ijverig formulieren uitdelen
voor declaraties, gezondheid en customs. Een van de soorten vermeldt
alleen Russische en Chinese tekens hetgeen een juiste invulling niet
direct bevordert.
Omstreeks 1 uur ’s nachts verschijnen 3 grote
ronde koppen met nog grotere petten er op, die ieder uit de couchettes,
in boxershort of babydoll de gang op dirigeren, de coupé in alle hoeken
en ruimten nazoeken of ergens Chinese baby’s verstopt zitten, op barse
taal paspoorten en paperassen opvragen en in marstempo zonder verdere
uitleg de trein verlaten. Ruim één uur later komt het minipeloton
terug, prepareert de omgeving voor de uitvoering van het protocol en
verstrekt – als ware het een gratieverzoek – dé stempel!
Emotieloze, strakke koppen, onbekend met dienstverlening, gevoel voor sociaal contact of welke menselijke trekjes dan ook, verdwijnen in de nacht. We zitten tegen Siberië aan . . .
Gedurende de wachttijd werd er druk gerangeerd, de diesellocomotief wordt hier vervangen door een elektrische, het restauratierijtuig door een Russische uitvoering en water en voedsel worden aangevuld.
De douaneverklaring voor valuta blijkt enorm belangrijk te zijn: alle geldsoorten en voorwerpen van waarde dienen te worden vermeld en te zijner tijd - bij het verlaten van Rusland - moet aantoonbaar zijn hoeveel Roebels zijn ingewisseld en besteed.
Voor de verandering gaan we maar weer eens laat naar bed.
DE TREIN IN RUSLAND
28 mei 2004
| stops: | Jida | 5852 van Moskou |
| Gusinoy Lake | 5801 | |
| Ulan-Ude | 5647 | |
| Slyudyanka | 5317 | |
| Irkutsk | 5184 | |
| Angarsk | 5160 | |
| Zima | 4941 | |
| Nizhne-Udinsk | 4680 | |
| Taishet | 4522 | |
| Ilanskaya | 4383 |
Onbewust van onze nachtelijke reis door Siberië zien we bij het wakker worden alleen maar water aan de rechterkant van de trein: het Baikalmeer! Met indrukwekkende cijfers als een lengte van 636 kilometer en een breedte van 79 kilometer is dit niet alleen het grootste meer ter wereld, maar met 1800 meter ook het diepste, het koudste en een van de 7 wereldwonderen. Vele uren rijden we om de zuidpunt richting Irkutsk, waar we de brede en diepe rivier de Angarsk ontmoeten, de enige rivier die het meer uitstroomt, terwijl 335 rivieren dit grote meer voeden.
Irkutsk heeft bijna 650.000 inwoners en is de belangrijkste plaats in Oost-Siberië. Een mooi oud station, gebouwd omstreeks 1900, en verder een centrum voor aanvoer en verwerking van vooral hout. Onder deze invloeden bezoeken we de Russische restauratie en we moeten helaas concluderen dat we er weer wat op achteruit zijn gegaan. Er is alle mogelijke moeite gedaan om een nietszeggende sobere inrichting te realiseren waarbij de toegepaste kitsch zelfs niet iets sprankelend teweeg brengt. De manager – in blauw onderhemdje met enkele opvallende tattoo’s – is altijd aanwezig, voert geen barst uit en wekt zeker geen eetlust op. Gelukkig krijgen we maar een stukje van de keuken te zien, want ook deze aanblik heeft geen positieve uitwerking op onze consumptiedwang. De continue openstaande mond van de ober bevestigt overduidelijk dat hij geen 2 tanden mist, maar er nog maar 2 heeft. Zijn belangrijkste taak is duidelijk maken wat er niet meer is en toch op de kaart staat, en dan blijkt het begrip ‘keuze’ wel erg ruim geïnterpreteerd. Uiteindelijk komen er 4 identieke porties tomatensalade, rijst, kip en koud bier.
Duidelijk is de wanhoop op het gezicht van de ober te lezen als hij ziet dat we met dollars willen betalen. Een flink formaat rekenmachine maakt van het totaal aantal dollars eerst roebels (USD 1.- is ROE 24.-). Vervolgens neemt hij de dollars mee en legt het aantal berekende roebels op tafel. Ons rekenwonder telt daarna opnieuw hoeveel roebels er zijn, vermindert dit op zijn calculator met de roebels die betaald moeten worden, en laat het overschot op tafel liggen. Opnieuw rekent hij het overschot aan roebels terug naar dollars, neemt de roebels mee en geeft even later het restant in dollars terug. Mét een brede grijns, alsof hij ons wil overtuigen dat we met het grootste Siberische rekenwonder te maken hebben. Bij alle verdere bezoeken aan de rijtuigen herhaalt dit protocol zich, met dien verstande dat naarmate we Moskou naderen, en er minder tot geen keus resteert, de betaling toch steeds een procedure van formaat blijft.
We zijn inmiddels vertrouwd geraakt met onze rijdende behuizing. Ook in andere coupés en rijtuigen is een ‘reisritme’ ontstaan hetgeen de rust zeker ten goede komt. We raken gewend aan de typische treingeluiden; de cadans van de stalen wielen op de rails, het gestommel en gesuis, het gedeng-gedeng, de waarschuwende fluittonen en de absolute stilte als er een stop is. Op elk perron zien we dan een spoorwegbeambte die met een lange hamer tegen de assen en verbindingsstukken slaat en aan de klank van het geluid kan horen of alles nog in orde is.
Een instituut op zich, de Spoorwegen in Rusland met meer dan 2 miljoen werknemers, 400 eigen ziekenhuizen, 11 universiteiten, fabrieken voor spoorstaven en overig spoorwegmateriaal. Door de aanleg van in totaal 87.500 kilometer spoorlijn zijn vanaf 1836 openingen gemaakt in voorheen onaantastbare en onontgonnen gebieden in Rusland. In 1927 begon men het traject te elektrificeren, een proces dat nu bijna is afgerond. Bij de stops in de grote steden worden we geconfronteerd met immens grote emplacementen waar tientallen locs en soms duizenden wagons staan opgesteld.
Een rijtuig in de 2e
klasse bestaat uit 9 coupés met 4 couchettes elk. In de 1e klasse zijn
er 18 2-persoons coupés, die zelfs over een kleine douche beschikken.
Per rijtuig zorgen 2 provodniks of conductors voor het schoonhouden,
het oplossen van problemen, een voorraad warm water in de Samovar en
zij verstrekken de lakens en dekens aan het begin van de reis.
Ze
vegen af en toe de coupés uit, houden toilet en gang schoon, ledigen
volle afvalemmers en zien er op toe dat er alleen in de rookhoek wordt
gerookt. Op papier een redelijke checklist, in de praktijk een uurtje
per dag werken en even toezien bij het uit- en instappen tijdens de
stops. Eten en slapen blijven zonder twijfel hun belangrijkste
bezigheden.
Na het diner (bah: mierzoete rode wijn) ontstaat er een levendig gesprek over ieders jeugd, over politiek en democratie, de beleving van studie en beroep, de toestand in de wereld en duizend andere zaken, dit alles gelardeerd met 500 cc Bushmill en 1000 cc Mongoolse rode wijn en niet kapot te krijgen gekochte walnoten. Geluidsoverlast is niet aan de orde, gezien het tijdstip waarop we besluiten te gaan slapen, zonder dat er door buren of conductors om stilte is gevraagd.
Een bijzondere ervaring, zo’n treinreis. Daarover zijn we het inmiddels wel eens. Niet geschikt voor iemand die het ‘ook wel eens wil proberen’. Belangrijk is te weten waar je aan begint, er ondubbelzinnig zin in hebt zoiets mee te maken en wellicht nog belangrijker zijn de reisgenoten. Dat het op een prima manier klikte bleek weliswaar niet uit de hiervoor vermelde discussie met uiteenlopende meningen, wel uit een probleemloze beheersbaarheid gedurende 24 uur per dag van 4 volwassenen in een ruimte van 10 kubieke meter, van Beijing tot Moskou!
29 mei 2004
| stops: | Krasnoyarsk | 4351 km van Moskou |
| Achinsk | 3920 | |
| Bogotol | 3852 | |
| Malinsk | 3719 | |
| Taigra | 3571 | |
| Novosibirsk | 3343 | |
| Balabinsk | 3040 | |
| Omsk | 2716 |
Omstreeks 7 uur deze ochtend, tijdens de stop in Achinsk, hebben we de
helft van onze treinkilometers er op zitten. Onopgemerkt door ons,
waarschijnlijk als gevolg van de discussie met accessoires de avond
ervoor. Als we later wakker worden blijkt opnieuw moeilijk vast te
stellen hoe laat het nu eigenlijk is. De Chinese conductors blijven
onveranderd vasthouden aan de Beijing tijd: + 6 dus. In de restauratie
en op alle perrons wordt alleen maar met de Moskou tijd gewerkt: + 2!
In onze coupé wordt zowel gewerkt met de plaatselijke tijd in Rusland
als met de Nederlandse tijd. Waar iemand roept dat we om 9 uur
ontwaakten, wordt opgemerkt dat het ‘eigenlijk’ 13.00 uur is. Erg
verwarrend! We proberen maar zoveel mogelijk ons gevoel te volgen: eten
als er iets rammelt en slapen als er iets dicht valt!
Het min of meer saaie uitzicht in Siberië begint positief te veranderen. Kilometers uitgestrekte loofbossen, met vooral berkenbomen, worden soms onderbroken door een glooiend groen landschap met prachtige grasvlakten en lage begroeiing. Honderden golfbanen liggen bijna speelklaar, slechts een green cultiveren en een afslag markeren en een nieuwe toeristische bulkbestemming biedt duizenden spelers een overvloed aan golfplezier. Geen regeltjes en milieufanaten, alleen een afstand die teveel problemen geeft.
De dorpjes die we passeren blinken meestal uit in uniforme armoede. Afval wordt net buiten de bebouwing gedumpt, verroeste autokarkassen ontsieren de onverharde wegen en de huisjes, opgetrokken uit verschillende houtsoorten en bedekt met grauwe golfplaten, staan schots en scheef op elkaar gestuwd. Tuintjes waarin vooral de vele koolsoorten staan geplant, maken een sombere indruk door het ontbreken van gras en bloemen. Als er al bewoners gesignaleerd worden doen ze hun uiterste best alle levensvreugde te verbergen en hun leefsituatie in aanmerking genomen, is dat alleszins begrijpelijk. “Hoe verder van Moskou, hoe meer ellende” concluderen we en van Perestrojka en economisch herstel is in deze contreien niets merkbaar. Af en toe doet een open terrein met 3 palen aan de korte zijden ons aan een voetbalveldje denken, maar spelers worden op dit onbespeelbare stuk grond niet gesignaleerd.
In de grotere steden is de voormalige staatsinvloed in bouw en logistiek nog duidelijk herkenbaar en – opnieuw – gespeend van alles dat het leven kan veraangenamen. Een kleurloze eenheid, vaak beheerst door mammoetbedrijven die overduidelijk op geen enkele wijze aan milieuregels zijn gebonden. De meeste van dit soort bedrijven zijn vanaf de aanleg van de Trans Siberië spoorlijn langs dit traject gesitueerd (bruinkooldepots, kolenmijnen, staalfabrieken, etc.) om te voorzien in de grote behoeften van dit uitgestrekte land met haar vele bewoners, zonder dat de nadelige invloeden voor de Tsaren of partijbonzen zichtbaar werden. Herstel van de situatie in Siberië zal nog vele tientallen jaren vergen en heeft op dit moment zeker nog geen prioriteit.
Ondanks
alle ellende en armoede blijken studie en cultuur volop aandacht te
krijgen, althans zeker in de steden. Irkutsk (650.000 inwoners),
Novosibirsk (1.600.000 inwoners) en Omsk (1.170.000 inwoners), om maar
enkele van de grote steden te vermelden die we passeren, beschikken
allen over vele theaters, schouwburgen, concertzalen, musea en
universiteiten.
De voorstellingen zijn van absolute kwaliteit en
via lage entreeprijzen, bereikbaar voor de gemeenschap. De culturele
belangstelling wordt vanaf jonge leeftijd op elk niveau gestimuleerd en
betekent voor velen een innerlijke verrijking als compensatie voor
gemis aan
welvaart.
Onze bezoeken aan de restauratie worden inmiddels begeleid door de aanhoudende begroetingen van Chinezen die op het gangpad naar buiten staan te kijken. We zijn – met enkele Australiërs – de enigen die uit gaan eten, en bij het doorlopen van de rijtuigen worden we steeds enthousiaster begroet met ’nihau’ (hallo), door ons wandelende kwartet 4-stemmig insgelijks beantwoord. Naar de restauratie nog enigszins ingetogen, op de terugweg (biertje) wordt extra aandacht besteed aan de wat schelle Chinese klanken, hetgeen de nodige |Chinese hilariteit opwekt.
In de restauratie melden zich zowaar twee Russen voor het diner. Althans, een van de twee meldt zich, niet om te eten, maar voor een fles Russische zaligheid. De ander is zich onbewust van de omgeving, totdat de reuk van de eerste wodka zijn neusgaten bereikt. Zonder ‘nasdrovje’ wordt in een teug de bodem zichtbaar en dit ritueel herhaalt zich een aantal keren. De natte momenten worden schaarser, pogingen van zijn vriend om hem wakker te houden mislukken uiteindelijk. Waarschijnlijk is in hun coupé al ‘ingedronken’ en rechtop blijven zitten in een stampende trein met een kop die alle kanten heen bengelt is moeilijk, maar voor de omgeving erg vermakelijk. Hij wordt in de hoek van de zitbank met zijn hoofd tegen het raampje gefixeerd en dat geeft de andere Rus alle gelegenheid wat aandacht aan de overige reizigers te besteden.
’s Avonds benadert de sfeer van onze coupé een stamkroeg. Ieder heeft zijn vaste plaats, na de koffie volgt routineus en waterbesparend de afwas, een stille instemming bij ‘malt of rood’ en er is weer meer dan voldoende gespreksstof om de volgende dag bewust in te rijden.
NAAR MOSKOU
30 mei 2004
| Stops: | Ishim | 2433 km van Moskou |
| Tumen | 2144 | |
| Jekaterinaburg | 1813 | |
| Permi | 1437 | |
| Balezino | 1191 |
Moeilijk om het exact vast te stellen, dat het ongeveer 09.00 moet zijn als er weer activiteiten merkbaar zijn in de coupé moet zo ongeveer wel kloppen. Op de gang horen we onze buurvrouw (Wit Russen uit Belarus) een scheldtirade weggeven aan enkele Chinezen. De gezamenlijke ‘badkamer’ is volgens haar in onacceptabele staat achter gelaten en dat pikt ze niet. De conductor komt op het lawaai af en, hoewel onverstaanbaar, is het duidelijk dat zijn landgenoten een tweede vermaning krijgen. Vervolgens kletst hij enkele emmers water door de ruimte en alle sanitaire noden kunnen weer in een ‘kraakheldere’ omgeving worden uitgevoerd.
De volgende (grote)
stad die we passeren is Tumen (Tjoemen). Ongeveer een half miljoen
inwoners, de oudste stad in de verre omgeving en zij wordt daarom dan
ook de “Moeder van Siberië” genoemd. Tussen 1900 en 1988 hebben
minstens 1 miljoen gevangenen de stad gepasseerd op weg naar de vele
verbanningsoorden is Siberië. Voordat in 1988 de spoorlijn klaar was
werd de Oeral lopend over gestoken en daarna per schip verder gereisd.
Het gebalsemde lichaam van Lenin werd in 1941 tijdelijk naar het
Landbouwinstituut in Tumen gebracht, omdat de Duitsers Moskou binnen
vielen.
De
volgende belangrijke stop is in Jekatarinaburg (Sverdlovsk), met
ongeveer 1.400.000 inwoners. Als eerbetoon aan Catharina II werd de
stad naar haar vernoemd. Vooral bekend geworden door de moord in de
nacht van 16 op 17 juli 1918 op Tsaar Nicolaas II met zijn familie,
bestaande uit zijn vrouw Alexandra, zijn dochters Olga, Tatiana, Marie,
Anastasia (die later in Engeland opdook onder de naam Anna Andersen en
verklaarde aan de moord te zijn ontsnapt) en zijn zieke zoon Alexis. De
leider van deze operatie was Jacob Sverdlovsk die van 1885 tot 1919 de
1e president werd van de voormalige Sovjet Unie. Van 1924 tot 1991 is
de stad naar hem vernoemd geweest. Aanvankelijk was het een relatief
kleine stad, totdat Stalin tijdens de 2e wereldoorlog besloot ongeveer
450 grote industriële fabrieken hierheen te verplaatsen.
De stad
kreeg in 1960 wereldwijd aandacht toen de Amerikaanse piloot Gary
Powers in dit gebied werd neergehaald. Hij werd in 1962 uitgewisseld.
De bekendste inwoner van de stad is oud-president Boris Jeltsin, die
hier als bouwkundige studeerde, woonde en werkte.
Het is 1e Pinksterdag, en omdat we te horen krijgen dat kaas, eieren en tomaten op zijn, lijkt het ons zeer passelijk voor ‘het verlichten van de geest en het strelen van de tong’ als lunch dan maar kaviaar met champagne te gaan gebruiken. Een temperatuur van 31° C van de champagne zal echter noch verlichtend, noch strelend werken, en het spul wordt voor ons koud gezet voor het diner. Kaviaar moet wel op niveau worden weggespoeld, dus ook dit onderdeel van het menu wordt naar de avondzitting verwezen. Brood en bier blijken goede alternatieven en de nog altijd calculerende ober geeft ons deze keer zakjes pistache in plaats van ontbrekende roebels als wisselgeld.
’s Avonds bezoeken we voor de laatste keer het zo vertrouwde Russische eetcompartiment.
De adembenemende tristesse van deze omgeving wordt nu gelardeerd met
Sjampanskawa (Champagne) en Iekrà (Kaviaar). Anderhalf glas en pakweg
50 eitjes per persoon! Een plastic tafelkleedje, satijnen gordijnen,
nikkelen bestek en glaswerk waar het weer in zit: maar dat dondert
niet. Met enig voorstellingsvermogen proeven we het elitevoer van de
groten der aarde, en de hemelse blik en schittering van het tweetal
tandjes van de ober, maken de culinaire beleving uniek!
Terug in de coupé zien we de kilometerpaaltjes waarop de resterende afstand naar Moskou wordt vermeld, wat nadrukkelijker voorbij schieten. We gaan gokken wie op 31 mei om 10.00 uur het nog af te leggen aantal kilometers naar Moskou raadt, of het dichtst erbij is. De geraden afstanden variëren van 222 tot 325 kilometer.
31 mei 2004
| stops: | Kirov | 957 km van Moskou |
| Gorkiy | 600 | |
| Vladimir | 284 | |
| Moskou | Station Jaroslavskaja |
De laatste treindag, en met wellicht het onbewuste gevoel deze zo lang mogelijk mee te maken is er om 07.00 al een spontane reveille. Niet de slaapboel even herschikken, maar opruimen en keurige pakketjes maken zodat de conductor in een oogopslag kan zien dat er geen Chinese textiel in onze koffers is verdwenen. Koffie en kaakjes als ontbijt en toch maar eens even kijken welke kilometerpaal wordt gepasseerd. Bij de nadering van Moskou wordt de gemiddelde snelheid lager omdat er meer treinverkeer en wissels zijn, en de bebouwing toeneemt.
Tien minuten voor de geplande tijd arriveert de “3” op het Jaroslavskaja Station in Moskou.
Blij met het vooruitzicht van meer comfort stappen we uit, met toch een
weemoedige blik naar de kolos die ons bijna 8.000 kilometer
probleemloos vervoerde van Beijing naar Moskou. Die de eerste dag
‘slechts’ 840 kilometer reed omdat het traject grote niveauverschillen
kende, maar naarmate de afstand vorderde zijn capaciteit opvoerde van
1100 op de tweede dag, 1560 op de derde, 1660 op de vierde en na 1525
op de 5e dag ons met een laatste zucht van 1190 kilometer op de
eindbestemming afleverde. Een ervaring en beleving die we niet hadden
willen missen.
We worden opgehaald door 2 medewerkers van de Russische reisagent, die elk per eigen auto voor de transfer naar het hotel zorgen. Een tamelijk dolle rit waar de achtervolger onzes inziens het verkeersreglement continue overschrijdt, maar niemand die reageert en bij nader inzien wordt het zelfs moeilijk te constateren of er wel regels zijn. Het recht van de grootste en/of de snelste wordt alom geaccepteerd en na de eerste verrassende indrukken van Moskou arriveren we bij hotel Rossia. Uitzicht op het Kremlin in alle 1400 kamers en op de rivier de Moskwa.
De eigen badkamer krijgt het eerst volop aandacht en het badderen, wassen, scheren, optutten in een riante privé situatie wordt als erg behaaglijk ervaren. Stukje eten in het hotel (niet doen), even wisselen in het hotel (ook niet doen) en dan te voet naar het nabij gelegen Kremlin en het Rode Plein. Het komt erg vertrouwd over door de jarenlange presentaties via de diverse media, maar ‘in het echt’ maakt het toch veel meer indruk. Groots, verschillende stijlen, kleurrijk, indrukwekkend!
Het
hart wordt beheerst door het plein van de kathedralen met de
Oespensi-kathedraal (Maria Hemelvaart) met zijn uiachtige torens, de
Blagovestjenski-kathedraal (Maria Boodschap),en de
Archangelski-kathedraal (Aartsengel). Aan het Rode Plein ligt de
karakteristieke Basiliuskathedraal, die naar de hemel reikt via een
enorme puntige koepel die alle kleuren van de regenboog heeft. Eromheen
kleine koepels die niet op elkaar lijken en zonder enige symmetrie of
orde lijken neergezet.
Het Plosjtsjad Krasnaja (Rode Plein) is 695
meter lang, 130 meter breed en wordt begrensd door het grote
Kremlinpaleis en het grootste Russische warenhuis GOeM, waar dagelijks
400.000 bezoekers komen winkelen en er naast typisch Russische
producten, alle westerse merken verkrijgbaar zijn tegen pittige prijzen.
Te voet naar Arbat bleek erg ver, maar per taxi waren we vlot in het eerste voetgangersgebied van de stad. Een levendige straathandel in souvenirs en curiosa met als algemene blikvanger de Matrjosjka: de pop in de pop in de pop tot regelrechte met de hand gemaakte en beschilderde series van 50 poppetjes in elkaar. Er zijn muzikanten en acteurs, schilders en portrettisten, gezellige terrasjes, Russische eethuisjes en westers fastfood: een ongedwongen sfeervolle ambiance waar we in Sbarro heerlijk hebben gegeten met . . . de toch wel traditionele flesjes rood. Voor 1 Euro kregen we daar 35,25 Roebel in plaats van de 28 stuks in het hotel, een koersverschil van ruim 25%!
De muziek uit café Turkmenistan had een rattenvanger effect. Een swingende locatie voor vooral landgenoten van deze voormalige Sovjetrepubliek. Verstandig als we zijn en onbekend met hun gloedvolle danspasjes hebben we het hele gebeuren maar eens rustig bekeken.
1 juni 2004
“Moskou aan onze voeten” vanuit de ontbijtzaal op de 21e verdieping van het Rossia Hotel. De zaal had betere tijden gekend, vergane glorie, maar er was zeker nog een herkenning aan de tijden van partijbonzen en KGB’ers in een luisterrijke omgeving. Van alles op de buffetten was de kwantiteit imposanter dan de kwaliteit, maar door de ruime keuze was er voor ieder wel wat dat smaakte en met deze fundering kon het tweede dagje Moskou verantwoord worden ingezet.
Toch
eerst maar weer eens naar het Kremlin, 28 hectare die met een muur van
2235 meter in een lange stenen driehoek worden omsloten.We bekijken
enkele kerkinterieurs met een overvloed aan iconen, we zien de
aflossing van de wacht bij het mausoleum van Lenin, we fotograferen 4
steigerende paarden tussen een aantal fonteinen, drinken iets op een
van de vele terrasjes die als een slinger langs een riviertje liggen en
staan versteld van de display van een maatschappij in mobieltjes: een
doek van ongeveer 150 meter lang en 25 meter hoog.
Het Bolsjoi was weliswaar uitverkocht voor deze avond, maar ook hier
blijken creatieve geesten wel economische kansen in de cultuur te zien
en direct bij het benaderen van dit imposante theater worden we al
benaderd door jonge Moskovieten die ons in prima Engels de
mogelijkheden uitleggen voor de koop van entreebewijzen voor deze of
een andere avond. Men verwijst naar het officiële loket om te toetsen
of alles wel zuivere koffie is, wat daar dan ook prompt wordt
bevestigd. In de aanbieding zijn plaatsen van 10 tot 75 Euro, en met de
plattegrond van de zaal erbij besluiten we 4 tickets te kopen voor rij
18, stoel 1 tot en met 4 voor € 40,-- per stuk. Er zullen zeker wat
opcenten betaald zijn, maar als de mogelijkheid van vooraf reserveren
er niet is moet je niet zeuren als je de kans krijgt een voorstelling
in
’s werelds meest bekende ballet- en operatheater bij te wonen.
Aansluitend rijden we enkele haltes met de ondergrondse, meer dan 100 stations over 200 km lengte en bekend als de ‘mooiste, snelste en goedkoopste ter wereld!’ Het kost inderdaad slechts enkele eurocenten voor een aantal haltes en we stappen uit in Komsomolskaja. Een ondergronds monument met barokke afbeeldingen van historische taferelen op gepleisterde gewelven. Elk mozaïek bestaat uit ongeveer 300.000 stukjes, het station wordt over de gehele lengte verlicht door enorme kroonluchters en gestut door marmeren zuilen.
We wandelen terug
en krijgen nog eens een extra indruk van het razende verkeer, de enorme
economische vlucht die deze stad in een 5-tal jaren heeft genomen en de
bijna 100% westerse leefwijze. Auto’s in de absolute topklasse, modieus
paraderende dames die van elke straat zowat een catwalk maken,
schreeuwende reclames en overal een drukte van jewelste.
De
rijkelijk gevulde buffetten in een restaurant die ons voor 49 Roebel
uitnodigen, worden stevig aangetast, waarna bij de kassa echter blijkt
dat het 49 Roebel per ons was! Het smaakt perfect en bij nacalculatie
is nog van een redelijke prijs sprake.
Opfrissen voor een avondje theater en via een ondergrondse mall van 3 verdiepingen wandelen we naar het Bolsjoi Theater. De omgeving van het Bolsjoi (Grote Theater) speelt een grote rol in het leven van de Moskovieten, en het plein met schitterende fonteinen, vele banken en plantsoenen wordt beschouwd als het centrum van de stad. Er komen diverse buslijnen samen, de metrohalte is er razend druk en de zuilengang voor het theater is een bekende ontmoetingsplek.Voor een Moskoviet is een kaartje een werkelijk geschenk, want er is moeilijk aan te komen. De deviezen van toeristen werken prima, hebben we gemerkt. Na de joyeuze entree drinken we iets in een van de stijlvolle foyers en proberen via het personeel te ontcijferen waar we die avond naar gaan kijken. Het programma wordt alleen in het cyrillische schrift omschreven en na een aantal toelichtingen begrijpen we dat er een overzicht van het werk van de componist Klinka wordt uitgevoerd, omdat hij 200 jaar geleden is gestorven.
Bij het betreden van de grote zaal worden we even stil. Zes verdiepingen van loges in een hoefijzervorm rond het immense podium, dat twee keer zo groot is als de zaal waar we onze stoelen hebben. Rood fluweel, goud brokaat, een luisterrijke presidentiële loge en tientallen andere speciale loges voor de toeschouwers. De stoelen zijn klein en staan dicht op elkaar, noodzakelijk om 2300 mensen een plaats te bieden, maar de grootse indruk is zo overweldigend dat ons dat nauwelijks opvalt. De simpele Rus en rijke Moskoviet treffen hier elkaar, want cultuur - en dan specifiek in het Bolsjoi Theater – moet voor ieder bereikbaar zijn.
Een nieuwsgierige blik in de orkestbak levert een bezetting van 80
musici op, waarvan ongeveer 50 strijkers en verder een meervoudige
bezetting van alle instrumenten. Het stemmen van de instrumenten levert
al een oorverdovend lawaai op dat verstomd als de dirigent zijn
opwachting maakt. Zonder enige mechanische versterking weerklinkt één
geluid door de prachtig gedecoreerde zaal. Een sopraan met een koor van
ongeveer 60 zangers en zangeressen volgt, een duet wordt door een alt
en tenor uitgevoerd en een indrukwekkende bas brengt de zaal in extase.
Er volgt een toespraak door een echt wel oude man, blijkbaar een Klinka-kenner, die in zijn uitgebreide verhaal vele open doekjes krijgt en nadien – alleen gezeten in een loge vlakbij het podium – door diverse artiesten wordt begroet of toegezongen. Het ballet dat volgt benadrukt nog eens de absolute superioriteit van de Russen op dit gebied. Perfecte lichaamsbeheersing die de muziek vloeiend volgt en zo gemakkelijk oogt, maar zo vreselijk moeilijk is. Het slotstuk is een verkorte opera, een spektakel met meer dan 200 mensen op het toneel, met slagvelden, met een extra trompettercorps van 40 soldaten, met een optocht met banieren, iconen en wapens. Met dramatiek en romantiek, met scènes aan het Tsarenhof en met een indrukwekkende massale finale.
We waren de verkopers van de tickets erg dankbaar, en zeker ook voor de tip die ze gaven om na afloop naar het dichtbij gelegen restaurant Ebaula te gaan. Sfeervol en betaalbaar, waar we soep en salades namen en ieder een onbekend Russisch gerecht om zoveel mogelijk te proeven van deze keuken tijdens één maaltijd. Lekker, teveel, apart, maar zeker voldaan wandelden we naar de bar van het Rossia Hotel voor een afzakkertje. Mensen kijken en je afvragen of de talrijke Russen tot de maffia, de nieuwe rijken of de modale inwoners behoorden.
2 juni 2004
Nog even shoppen, de laatste foto’s, het Moskou-gevoel inhaleren, koffers pakken en uitchecken. Opnieuw 2 personenauto’s die de transfer naar de 40 kilometer buiten Moskou gelegen airport Sheremetjevo verzorgen. Erg spraakzaam zijn de chauffeurs niet, maar de rit vanuit het centrum door de buitenwijken levert meer dan voldoende sightseeing op om ongestoord rond te kunnen kijken. Veel grauwe betonbunkers, veel van hetzelfde behalve woon- en leefgenot. Met de voortgaande economische ontwikkelingen zal hier te zijner tijd hopelijk ook van verandering sprake zijn.
De luchthaven Sjeremetjevo blijkt een ongeorganiseerde en sombere puinhoop. “No registration” buldert een potige Russin als we naar de KLM-balie willen gaan. Een uitzichtloze tocht langs koffers, mensen en kiosken levert in de uiterste hoek van de grote hal een eettentje op, maar de meest eenvoudige bestelling vraagt 3 kwartier voorbereiding en die tijd hebben we niet. Simpele patat met iets warms is mogelijk binnen onze tijdruimte en na de douane ziet het er wat aangenamer uit.
De continentale vlucht van KLM is helemaal ‘uitgekleed’ en onvergelijkbaar met de service op de intercontinentale heenreis. Het duurt nu gelukkig maar enkele uurtjes, op Schiphol is de transfer naar Oss binnendoor bereikbaar, levert de A2 natuurlijk weer de nodige files en irritatie op en worden we thuis allerhartelijkst begroet.